Interviews

Syriër op de fietsOne World

bronwater Turkije40 jaar TatteljeeJan Eikelboom trapt de oorlog uit zijn kop

Columns

Reisverhalen

Haider Al Mosawi from Bagdad

“Goodbye my love goodbye, I always will be true...”, de zoete klanken van Demis Roussos zweven door de hotelkamer uit een portable dvd-speler, gevolgd door romantische pianoklanken van wat wel eens Richard Clayderman zou kunnen zijn. Op een bed dat als rekwisiet in een Sisi-film niet misstaan zou hebben, zit een man in een roze overhemd gebogen over een groot vel papier dat hij de hoteljongen laat vasthouden. Met potlood tekent hij er met grote halen een portret op, onderbroken met zo nu en dan een slok uit een fles whisky.

Huis van Saddam

“No, not good”, schudt hij afkeurend zijn hoofd en legt zijn potlood opzij. “Yes mister Harry, next time I will make a portrait of you! And tomorrow, I will show you the house of Saddam Hussein. There, I have very important words to say. All Arab people will understand. And then they will know that what they are doing is very very wrong! Yes mister Harry, and when you record this with your camera, you can become a millionaire. My speech will be historical. They will pay you a lot of money for my words. Believe me mister Harry.”

Het Arabische deel van Irak is een langs religieuze lijnen verscheurd land. Het heeft aan de ene kant een Sjiitische meerderheid die weinig te vertellen heeft en aan de andere kant een Soennitische minderheid die de politieke macht heeft. Beide groepen gunnen elkaar het licht in de ogen niet. En ergens op de achtergrond leven ook nog groepen christenen.

Achter het bed geen muur maar een rotswand van de berg waartegen het hotel is gebouwd. Door een goot klatert een stroompje dat is afgetakt van de waterval verderop. Helaas wordt de romantische sfeer nogal teniet gedaan door de rest van de entourage, de kamer is niets meer dan een vierkant betonnen hok zonder aankleding en is vergeeld ten gevolge van achterstallig onderhoud. “Dit hotel moet beter”, vindt ook Haider Al Mosawi, brillenhandelaar uit Bagdad. Hij gebruikt het als uitvalsbasis om zijn handel in het rijke Koerdistan te kunnen verkopen en als toevluchtsoord voor zijn familie. Voor het gemak huurt hij daarom maar meteen het hele hotel. Mij leverde dat een gratis overnachting op.

's Morgens laat ik mijn fiets een dag voor wat die is en rij met mr. Mossawi mee in zijn auto vol zonnebrillen naar een van de voormalige onderkomens van Saddam Hussein, een robuust hoekig gebouw bovenop een heuvel. Het is 2003 door de Amerikanen tot ruïne gebombardeerd en omgeven door een nog in takt zijnde kilometers lange betonnen muur. Haider stapt uit zijn auto, instrueert zijn vriend, die hij tot tweede cameraman heeft benoemd en gaat als een volleerd presentator aan het werk. Arabische poëzie oreert hij, zinnen gevuld met melancholie en venijn, afgewisseld met eenvoudig Engels: “This is the history of everybody killing his people. Like Hitler, like Mussolini, like Saddam Hussein. This is the house of Saddam Hussein....” In gedachten zie ik hem denken aan duizenden verblufte televisiekijkers tot het moment dat hij opkijkt en zijn omgeving weer even gewaar wordt. “Mister Harry, maybe your friends don't believe this is the house of Saddam Hussein,” om daarna weer te vervolgen in dramatisch klinkend Arabisch.

The former house of Saddam Hussein from Harry Fietsenaar on Vimeo.

Voor mij staat Haider Al Mosawi, brillenhandelaar uit Bagdad, die een poging doet om met een toespraak de situatie in zijn land rigoureus te veranderen. Ik vraag mij af hoe het gesteld is met mijn journalistieke intuïtie. Mis ik hier een belangrijk moment en moet ik morgen direct Al Jazeera gaan bellen? Of heb ik te maken met een verwarde man?

Mr Mosawi geeft zelf al het antwoord, hij sluit zijn korte betoog met het noemen van de telefoonnummers waarop men hem kan bellen. Hakkelend en haperend. Uit zijn binnenzak vist hij een pen, zoekt tegen beter weten in naar de cijfers op zijn spiekbriefje en knijpt krampachtig zijn ogen toe. De allerlaatste steun voor zijn geheugen waar de alcohol een gat in lijkt te hebben gevreten. Mijn twijfel maakt plaats voor medelijden welke zich direct vermengt met respect voor deze toch wel bijzondere man. Met zijn bevlogenheid toont hij mij zijn land dat verderop achter de grenzen van de Koerdische regio ligt. Het gebied waar de erfenis van Saddam de mensen figuurlijk blind en kreupel heeft geslagen. En ik besef meer dan ooit hoe verstandig het was om de afslag naar Bagdad en Mosul voorbij te zijn gefietst. Mensen zoals hij zullen er niet veel zijn. Zijn beste vrienden zijn christen, de hoteljongen die hij speciaal heeft ingehuurd, is het en hij zelf, hij is moslim. Bij zoveel andere mensen in dit land is die verbroedering ver te zoeken. De verschillende bevolkingsgroepen wonen hier in het welvarende en vreedzame 'Koerdistan' al in aparte dorpen. Het laat zich raden hoe het in het Arabische deel zal zijn. Nee, het leven in een door oorlog verscheurd land is beslist niet makkelijk.

Wanneer we 's avonds weer terug in het hotel zijn en ik hem de opname terug laat zien, spreekt hij de woorden letterlijk mee, de gedichten kent hij uit zijn hoofd. Tot het moment dat de telefoon gaat. Het gesprek in het Arabisch dat volgt is kort. Haider schenkt zichzelf een zoveelste glas bier in en roept dan opgetogen uit: “De ministers zijn hier in het dorp vlakbij. En de televisie komt ook. Ze gaan mij interviewen!”