Stop de PVV, lees de krant. Of...?

Mijn vader las de krant. Iedere dag. Zo idioot vond hij het dat ik dat niet deed. Nu is hij al meer dan zes jaar dood. En ik lees. Al het nieuws dat maar langs komt. Berichten die vrienden, familie en anderen delen op social media en meer. Facebook, Twitter, artikelen van de Correspondent, NRC, Volkskrant en Trouw, zijn erfenis. Met analyses van mensen die nadenken, intelligent zijn en het zo goed kunnen vertellen. Ik deel ze zo nu en dan met vrienden: bemoedigend spreken we elkaar toe en geloven in het succes, de hoop dat wijze woorden uiteindelijk de weg weten te vinden naar de waarheid die iedereen onontkoombaar onder ogen moet komen. Vroeg of laat, de gerechtigheid overwint! Maar zelfgenoegzaam zitten wij in onze cocon terwijl buiten de kanker door woekert zonder deze werkelijk te voelen.

Wanneer ik in een miezerige regen naar huis terug loop, terug van een partijtje volleybal zie ik dat de toren van de Laurentiuskerk in brand staat. Ja, brand! Opzienbarend plaatselijk nieuws. Een katholieke kerk, dat was het een paar jaar geleden nog. Ik zou hem kunnen vervloeken als een creatie van menselijk bedrog. Fuck al die idiote papen! Maar was het ooit eigenlijk niet net zoiets als de Facebook van vandaag? De cocon waarin men zich samen met vrienden veilig waande? Katholiek was het gebouw sinds kort niet meer, er werden mooie plannen voor bedacht: Een onderkomen voor de trotse biologische brouwerij van Wispe bier, een yogastudio en nog zo wat. Moderne contemplatie en geluk voor iedereen. Weg is nu die illusie.

Vrijwel op hetzelfde moment werd aan de andere kant van de wereld Donald Trump gekozen tot president van de Verenigde Staten. En of we nu willen of niet, hier staat Geert Wilders, breder lachend dan ooit tevoren, in de startblokken. Een door ons tot debiel verklaarde geblondeerde kerel waarvan ik nu moet toegeven dat die tot gisteren, feitelijk niets meer was dan een virtuele figuur op het televisiescherm. Een paar uur later staat de eerste analyse van Rob Wijnberg al weer op Facebook. En we lezen en klikken met z'n allen de like-knop weer aan.

Ik ben ondertussen een nieuwe fiets aan het uitzoeken en ik overweeg daar over enige tijd heel hard en heel ver weg mee te gaan fietsen. Sorry pap, kranten lezen heeft geen enkele zin.


Om de hoek in Frankrijk

Wanneer je reist op de fiets kun je het treffen dat je binnen korte tijd verschillende werelden binnen treedt. Van het ene moment in het andere, gewoon binnen een dag. Het verschil tussen Ierland en Frankrijk en tussen Frankrijk en...Frankrijk. Vooral als je je op plaatsen begeeft die toeristen niet interessant vinden.


'Summer's just around the corner', een levensgroot billboard bij de haven van het Zuid-Ierse Roslare laat er geen misverstand over bestaan: het weer in Ierland is beroerd en in Frankrijk is het goed. Een reclame van de veerbootmaatschappij die een verbinding met het Franse Roscoff onderhoudt en zowaar niet liegt.

Want in Frankrijk vallen de mussen zo ongeveer dood van het dak, het verschil is enorm. Maar niet alleen het klimaat, ook het Franse leven ligt op een totaal andere golflengte. Fameus, ja zeker wel. De eerste de beste megasuper die ik binnenstap laat het al zien. Bij de ingang staat een enorme stalen teil met de grootste paté van de streek. “Cent quatre-vingt kilo de porc”, zegt de in witte slagersjas gestoken verkoper. “Une spécialité de la région.” 180 kilo varkensvlees maar liefst, in één enkele paté! De visafdeling is al even imposant. Op brede bedden van ijs liggen de meest uiteenlopende soorten vis en schaaldieren uitgestald. Krabben met elastieken om de scharen, liggen levend en wel in de kratten ernaast te wachten tot een pan kokend water ze uit hun lijden verlost. Wie ooit in Frankrijk is geweest zal het direct herkennen. On mange bien!

Zo ook de dorpen, dat zijn de gekoesterde pareltjes, waar net als aan het eten, heel veel aandacht wordt besteed. Rode draad is meestal het centrale plein met het Hotel de Ville en de kerk die geflankeerd wordt door een monument ter nagedachtenis aan de gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. Als het even kan ontbreken daarbij de bronzen soldaat en een flinke hoeveelheid blauw-wit-rode vlaggen niet. En dan zijn er natuurlijk standaard een Boulangerie, Presse Tabac en een Café de Sport aanwezig. Bloembakken vol vrolijkheid en openbare toiletten met glimmende tegeltjes maken het geheel compleet, het lijkt allemaal niet op te kunnen. Fransen zorgen goed voor zichzelf. Neem dan de Ieren, die vinden een Guinness in de Pub al geweldig. Slap zwart bier met status ontleend aan reclamecampagnes. Ook Heineken heeft zo voet aan de Ierse wal gekregen. Je gaat vanzelf geloven dat het lekker is.

Maar Frankrijk bestaat natuurlijk niet alleen uit dorpen. Wanneer ik de stad St. Brieuc binnen rijd openbaart zich opeens en heel ander Frankrijk. Het is zondag en misschien dat dat er nog toe doet? In tegenstelling tot de veel andere West Europese landen, is na een uur of half twaalf echt alles gesloten. De vakbonden, die hier nog immer uit staal zijn gesmeed, zijn er debet aan hoor je journalisten vaak zeggen. Doodse stilte op straat in de, met 46.000 inwoners tellende, relatief kleine stad. Maar de haveloze gebouwen, te koop staande winkelpanden met dichtgeplakte ramen en groepjes jongeren, al dan niet met een migratieachtergrond, hangend langs de gevels, ze laten zien dat er meer aan de hand is. Zelfs de strak blauwe lucht weet geen vrolijkheid de stad in te brengen. Het is hooguit de Afrikaanse vrouw die een warme herinneringen bij mij naar boven roept. In een geelbonte jurk met bijpassende hoofddoek staat ze op de bus te wachten, ze zou zo van de markt in Djennee weggelopen kunnen zijn. Ook het kleine centrum laat het heimelijk afweten. De serie fraaie vakwerkhuizen mist de levendigheid die nodig is om het toeristen én bewoners naar de zin te maken. De verf is mat en gebarsten, de deuren gesloten.

Even verderop, buiten het centrum vind ik mijn overnachtingsplek, in een wijk voor de wat beter gesitueerden die groen en ruim is opgezet en waar de woningen zich alle op de begane grond bevinden. Tijdens een ommetje loop ik een jongen tegen het lijf. Met het hoofd voorover gebogen, half verscholen in een capuchon, sjokt hij langzaam vooruit. In zijn hand een lege glazen drankfles. Ben je Syriër?” wil hij weten. Syriër? Ik? In Pakistan zagen sommigen mij ooit aan voor een Afghaan, je schijnt in Afghanistan mensen met een lichte huidskleur te hebben en blond haar, hoorde ik later. Net als in Iran overigens. Daar ontmoette ik ooit de 13 jarige Ali Ashkar. “Ali Ashkar has yellow hair”, zei zijn vader die het woord blond niet kende. Zou dat in Syrië ook zo zijn? “Wat doe je hier?” vervolgt de jongen. “Ik ben Nederlander en ik loop even een rondje”, is mijn antwoord. “Ah Les Pays Bas! Daar kan je goed je dope snuiven!”, zegt hij en drukt zijn vinger tegen een neusgat om te demonstreren hoe je dat doet. Zijn priemende ogen met wijde pupillen maken wel duidelijk: hij is zwaar onder invloed en totaal de weg kwijt. Marokko, Algerije, of welke andere voormalige Franse kolonie, het zou mij niet verbazen als zijn ouders er vandaan kwamen. Werkloos, wie weet. Ik zou het hem allemaal wel willen vragen maar gesprekken aanknopen met junks is me toch net even te lastig. Voor je het weet staat hij straks middenin de nacht naast mijn tent.

Frankrijk is voor de Fransen, volgens Le Pen en haar consorten van het Front National. Ook veel andere politici hebben inmiddels de naam gekregen het het nogal af te laten weten als het om mensen in de probleemwijken gaat. De bloembakken in de dorpen zijn belangrijk, allochtone randgroepjongeren niet, die moeten zichzelf maar zien te redden. Ik steek de straat over en loop in tegengestelde richting terug naar mijn tent. Zwaaiend met zijn arm slaat de jongen per abuis zijn fles aan gruzelementen tegen een lantarenpaal. Lastige obstakels ook die dingen. Hij merkt het aanvankelijk niet eens, totdat hij naar zijn hand kijkt en ziet dat daar enkel nog een flessenhals in zit. Schouderophalend smijt hij het in de goot. “Les Pays Bas”, mompelt hij nog en verdwijnt dan langzaam buiten mijn beeld wanneer ik linksaf de hoek om sla.